Zwaar weer op komst voor GGZ-instellingen
De onzekerheden voor ggz-instellingen nemen de komende jaren flink toe
Dinsdag 24 juli 2012
In 2011 hebben de ggz-instellingen het hoofd nog redelijk boven water weten te houden, blijkt uit een analyse van de jaarverslagen door PricewaterhouseCoopers. Maar de toekomst is ongewis. ‘De echte uitdagingen moeten nog komen’, zegt Frans Stark van PwC.
De onzekerheden voor ggz-instellingen nemen de komende jaren flink toe, stelt PricewaterhouseCoopers in een persbericht. Konden de meeste ggz-instellingen 2011 nog met een positief saldo afsluiten (zeven instellingen draaiden verlies), voor dit jaar is het zeer de vraag of eenzelfde beeld zal ontstaan. De ggz-instellingen krijgen te maken met heel wat ontwikkelingen die een aanslag kunnen vormen op hun financiële positie.
Mager vermogen Frans Stark, director in de gezondheidszorggroep van PwC spreekt van een ‘stilte voor de storm’. ‘De inkomstenstromen zijn de komende jaren onzeker, terwijl de vermogenspositie van veel instellingen, gelet op de toenemende risico’s, relatief mager is’, zegt hij.
Underdog-positie Stark wijst onder andere op de bezuinigingen waar de ggz dit jaar mee te maken krijgt, zo’n 600 miljoen euro. Daarnaast vormt de invoering van prestatiebekostiging in 2013 een risico voor instellingen. Het aloude vangnet van de budgetten vervalt per 2013 en instellingen moeten nog dit jaar met verzekeraars onderhandelen over aantallen DBC’s en over de tarieven voor 2013. Stark vreest dat instellingen in die onderhandelingen op achterstand staan, omdat verzekeraars al meer ervaring hebben in het onderhandelen, bijvoorbeeld met de ziekenhuizen. ‘Een ggz-instelling verkeert toch in een underdog-positie als zij met die grote verzekeraars om tafel moet.’
Basis GGZ Ook de stijging van de eigen bijdragen en het eigen risico, vormen een risico. De kans bestaat dat mensen met psychische problemen daardoor afzien van behandeling. Daarnaast wordt het verzekerde pakket mogelijk verder verkleind en kan de ontwikkeling van Basis GGZ ook zorgen voor afname van het aantal cliënten in de tweedelijns zorg. Wanneer meer cliënten door de huisarts of door de praktijkondersteuner van de huisarts worden begeleid, heeft dat gevolgen voor de inkomsten van (tweedelijns) ggz-instellingen.
Overgang goed geregeld? Meer ambulante behandelingen, zoals afgesproken in het meerjarenakkoord, noemt Stark een goed streven, daardoor kunnen de almaar stijgende kosten van geestelijke gezondheidszorg immers worden afgeremd. Hij vraagt zich wel af of de overgang naar basis ggz en meer ambulante zorg goed wordt geregeld. ‘Krijgen instellingen in die transitie wel voldoende tijd om zich aan te passen aan de nieuwe infrastructuur?’
Kapitaallasten De gebouwen waarover de instellingen beschikken, kunnen weleens een molensteen om hun nek gaan worden. Vanaf 2013 worden de kapitaallasten niet meer volledig vergoed, zoals tot nu het geval is, maar moeten deze via de DBC-tarieven worden verrekend. De dekking van de kapitaallasten wordt daardoor afhankelijk van de bezettingsgraad. Dat brengt al de nodige risico’s met zich mee, terwijl daarnaast de ontwikkeling van ambulantisering wordt ingezet. Hierdoor kan onderbezetting of zelfs leegstand ontstaan in de klinieken. Instellingen met relatief veel vastgoed lopen dan een hoger risico. Instellingen kunnen voor hun vastgoed een andere bestemming zoeken, maar daarvoor zijn ze wel afhankelijk van bestemmingsplannen van gemeenten. En in regio’s zoals Zeeland, Limburg en Oost-Groningen zal het niet gemakkelijk zijn een alternatieve bestemming te vinden, verwacht Stark.
Scheiden wonen en zorg Ten slotte is er vanaf 2013 de vervroegde invoering van het scheiden van wonen en zorg, zoals in het Lente-akkoord is afgesproken. Veel cliënten kunnen dan alleen nog in ggz-instellingen terecht op basis van een huurcontract. Vooral de Ribw’en zullen daar flink last van hebben. Ook de ‘lichtere’ awbz-zorg wordt dan niet meer vergoed, waardoor het voor een aantal cliënten waarschijnlijk niet meer mogelijk is in een beschermende woonvorm te verblijven.
Tijdig ingrijpen Stark waagt zich niet aan voorspellingen over de financiële positie van ggz-instellingen eind dit jaar en de komende jaren. ‘Maar’, zegt hij, ‘instellingen die al in 2011 fors hebben ingegrepen door te reorganiseren en bijvoorbeeld te stoppen met niet-vergoede behandelingen, maken wel een grotere kans de komende jaren goed door te komen. De druk neemt hoe dan ook verder toe.’
Bron: PSY.nl
|