IRIS-model regelt nabijheid cliënt

Donderdag 11 Juli 2019

Cliënten komen minder vaak in crisis, er wordt beter methodisch gewerkt en behandelaren houden tijd over. Bij Mezzo, een open klinische setting voor voortgezette behandeling in Wolfheze, zijn medewerkers zeer enthousiast over het onlangs ingevoerde IRIS-model. ‘Een cliënt een dag niet gezien hebben, is hier onbestaanbaar.’

 

 

Verkeerde denkrichting

 

Het begon met psychiater Egbert Meeter, die tijdens een werkbezoek in Australië geïnspireerd werd door het Iris-model, dat staat voor In Reach In Sight. Eenvoudig gezegd: Hoe zieker een cliënt is, hoe vaker er contact met begeleiders is. Egbert: ‘Bij Pro Persona hebben we net zoals bij de meeste Nederlandse GGZ- instellingen een vrijhedensysteem. Hoe slechter het met de patiënt gaat, hoe minder de bewegingsvrijheid is. Dat biedt zekerheid, maar is ook een belemmering. Het denkkader is: we beginnen met vrijheid nul. Je moet je vrijheid verdienen. Wat mij betreft is dat een verkeerde denkrichting.’

 

 

Gradaties in contact

 

Het Iris-model geeft gradaties aan voor de intensiviteit van het contact. Bijvoorbeeld IRIS 6: de hulpverlener is continue op armlengte afstand van de cliënt. Of IRIS 3: Er is ieder uur (oog) contact met een hulpverlener. De hoeveelheid begeleiding die een cliënt moet krijgen is leidend, de vrijheden die daarbij passen om het mogelijk te maken zijn volgend. De schaal wordt in overleg met cliënt en begeleiding afgesproken, maar de behandelaar neemt het definitieve besluit. De afspraken worden in het signaleringsplan vastgelegd.

 

 

Preventieve werking

 

Egbert: ‘In mijn carrière als psychiater heb ik te vaak meegemaakt dat cliënten een hele dag niet gezien werden, terwijl ze zo ziek en in de war waren. Ze kwamen niet buiten, werden niet begeleid en niet gecoacht. Dat wil er bij mij niet in. Daarom ben ik zo geïnspireerd door het Iris-model. Je ziet dat er een preventieve werking vanuit gaat, het kan zelfs dwang en drang en separeren vervangen. Het IRIS-model helpt systematisch na te denken over de begeleiding, dat geeft rust. Cliënten ontsporen minder snel.’

 


Egbert Meeter en Dorien Duppen

 

Het goede moment

 

Zorgmanager Lindsay Verheijen was direct enthousiast toen psychiater Egbert over het IRIS-model en zijn ervaringen vertelde. Lindsay: ’Het kwam precies op het goede moment. We wilden graag een verbeterslag maken, maar wisten nog niet goed hoe. Iedereen was erg druk met van alles, maar niet heel concreet. Door het IRIS-model in te voeren zijn we zoveel meer methodisch en preventiegericht gaan werken. Het paste perfect. We zijn er nog niet helemaal, maar de leerbereidheid van ons team is groot.

 

Het team integreert het IRIS-model en de kleurcodering van het Signaleringsplan (plan dat dient crisis te voorkomen) in overleg met elkaar. Groen is goed; de cliënt is spraakzaam en nabij. Bij oranje gaat het minder; de cliënt zondert zich af. De interventie is dan de opschaling van de nabijheid. De signaleringsplannen koppelen met IRIS, dat is zo mooi, het geeft stroomlijning aan het werkproces. We observeren beter, denken beter na over ons handelen. Ons team is in een razend tempo zoveel meer taakvolwassen geworden.’

 

 

We spreken dezelfde taal

 

Senior begeleider Dorien Duppen bevestigt het enthousiasme: ‘Het IRIS-model heeft wat toegevoegd aan mijn werk, het brengt meer verduidelijking binnen het team. We spreken dezelfde taal, iedereen weet waar we het over hebben als we spreken over welke IRIS een cliënt heeft.

 

Als het even kan stemmen we de IRIS-schaal af met de cliënt. Wat mij zo aanspreekt in dit model is het in gesprek gaan met de cliënt over wat er nodig is aan contact. Dat lukt niet altijd, maar het is wel een gezamenlijk streven: ook de cliënt is er verantwoordelijk voor dat hij of zij met ons in contact blijft. De meeste cliënten geven aan de duidelijkheid en structuur die de IRIS-schaal biedt, prettig te vinden. Anderen zijn zich nauwelijks bewust van de contactmomenten die er zijn.’

 

 

Tijd over

 

De vraag dringt zich op of de verpleging frequent contact kan waarmaken wanneer er meerdere cliënten zijn die in een hoge IRIS-schaal zitten. Psychiater Egbert: ‘De praktijk is dat je nooit veel cliënten tegelijkertijd in IRIS 6 hebt zitten. Sterker, cliënten komen minder vaak in crisis. Voor de behandelaren is het daardoor een stuk rustiger geworden. We hebben tijd over om op andere afdelingen waar te nemen. Het IRIS-model geeft sturingsinformatie, ook voor de manager. Zitten er drie cliënten in IRIS 6, dan kan het zijn dat er personeel bij moet. En omgekeerd ook, dan is er minder personeel nodig. Het is klip en klaar.’

 

 

Onderzoek naar effect

 

‘Om het Iris-model goed te implementeren heb je kartrekkers nodig’, zegt zorgmanager Lindsay. ‘Als meerdere mensen er in geloven, dan gaat het in een rap tempo. We hebben een stabiel team, dat met veel plezier werkt. Maar het allerbelangrijkste: het aantal cliënten dat doorstroomt of met ontslag gaat is de laatste jaren enorm omhoog gegaan. Reden genoeg om onderzoek te gaan doen naar het effect van het IRIS-model. Wordt vervolgd!’

 


Naar het nieuwsoverzicht